De functies waarmee een bestelsite zijn geld terugverdient
De mooiste site van de stad is bijna nooit de site die het meeste verdient. Wat verdient, is een handvol saaie onderdelen die op de goede plek staan.
Mooi is niet hetzelfde als winstgevend
Je kijkt naar de site van de zaak drie straten verderop en denkt: die ziet er beter uit dan de mijne. Misschien is dat zo. Het zegt bijna niets over wat die site opbrengt.
Een restaurantwebsite heeft vier taken. Meer niet.
- Gevonden worden: op je naam, op je gerecht, op je stad.
- Begrepen worden: één blik en de bezoeker weet genoeg.
- Besteld worden: van honger naar betaald in weinig stappen.
- Onthouden worden: een reden om terug te komen.
Alles wat aan geen van die vier bijdraagt, is decoratie. Decoratie mag, alleen niet eerst.
Hieronder staan de onderdelen die het verschil maken, in de volgorde waarin een gast ze tegenkomt. Ze kosten bijna niets. Ze worden overgeslagen omdat ze niet leuk zijn om te bouwen, en daarom zijn ze nog te winnen.
Het eerste scherm beslist
Wat een bezoeker ziet zonder te scrollen, bepaalt of hij blijft. Usability-onderzoek van de Nielsen Norman Group, internationaal en niet Nederlands, wijst al jaren dezelfde kant op: de meeste aandacht gaat naar de bovenkant van de pagina, op een telefoon niet meer dan een bierviltje.
Zet daar geen sfeercollage neer en geen tekst over koken met liefde. Zet er één foto van iets dat je echt verkoopt, uit je eigen keuken.
Test het zelf. Open je site op je telefoon en vraag iemand die je zaak niet kent wat je verkoopt en hoe hij bestelt. Duurt dat langer dan vijf seconden, dan weet je waar je maandag begint.
Je kaart is je belangrijkste pagina
Op vrijwel elke restaurantsite is de kaart de best bezochte pagina, en meestal zit er het minste werk in: een oude pdf, of een foto van een gedrukte kaart. Lastig voor je gast, onleesbaar voor Google.
Zet je kaart dus als gewone tekst online, gerecht voor gerecht, met de prijs ernaast. Dan leest je gast hem in de tram en leest een zoekmachine hem ook.
Foto’s die verkopen
Niet elk gerecht heeft een foto nodig. Je tien bestverkochte wel. Maak ze bij daglicht, van dichtbij, met het bord zoals de gast het krijgt. Een middelmatige foto van je eigen gerecht verkoopt beter dan een perfecte stockfoto, want die belooft iets wat jij niet uitserveert.
Beschrijvingen en prijzen
Twee regels per gerecht is genoeg: wat erin zit en wat het anders maakt. Allergenen horen bij het gerecht zelf. Prijzen staan inclusief btw, want dat hoort een consument te zien. Reken achter de schermen wel met het verschil: 9 procent op eten, 21 procent op de meeste dranken.
Geef je bestsellers een eigen pagina
Dit is de goedkoopste zoekmachinezet die er is en bijna niemand doet het: geef je vijf tot tien bestsellers elk een eigen pagina.
Iemand die ‘pizza diavola bestellen’ of ‘poke bowl Utrecht’ intikt, is verder in zijn beslissing dan iemand die zoekt waar je lekker kunt eten. Op zulke termen zoeken minder mensen, maar wie zoekt heeft honger. En zo weinig restaurants maken die pagina’s dat de concurrentie dun is.
| Op de pagina | Waarom |
|---|---|
| De naam van het gerecht in de titel | Precies wat iemand intikt |
| Twee regels beschrijving | Genoeg om te kiezen |
| Eén foto met een alt-tekst | Zo kom je in Google Afbeeldingen |
| Prijs, varianten en een bestelknop | De kortste route naar afrekenen |
Doe hetzelfde met je plaats, maar met mate. Je stad hoort in je paginatitels omdat het klopt, niet omdat je hem er twintig keer in propt. Begin met drie gerechten en maak de volgende drie zodra deze bezoek trekken.
Van honger naar betaald in weinig stappen
Elke stap tussen ‘ik heb trek’ en ‘betaald’ is een plek waar iemand afhaakt. Het gekke is dat de meeste restaurantsites er stappen bij verzinnen die niemand nodig heeft.
Elke extra tik tussen honger en afrekenen is een kans om af te haken.
- Een verplicht account voor je mag bestellen.
- Een bestelknop die alleen bovenaan staat.
- Een adresveld dat een postcode met spatie weigert.
- Bezorgkosten die pas bij de laatste stap verschijnen.
- Eén betaalmethode, en niet degene die Nederland gebruikt.
Die laatste weegt het zwaarst. iDEAL is hier de standaard. Zonder iDEAL vraag je gasten om hun creditcard te zoeken, en dat doen ze niet met een lege maag. Zet Apple Pay en Google Pay ernaast.
Zet de bestelknop op elke pagina en laat je bestsellers vanaf de homepage in het mandje leggen. Bestel daarna één keer per maand bij jezelf en reken echt af. Je vindt in tien minuten meer dan in een uur vergaderen.
Vertrouwen bouw je met verhaal en bewijs
Mensen bestellen liever bij een zaak dan bij een logo. Dat klinkt zweverig en werkt praktisch: een site die vertelt wie er kookt en waarom, houdt bezoekers vast.
Je hebt geen lang merkverhaal nodig. Een paar regels volstaan: waar je vandaan komt, wat je anders doet, wie er in de keuken staat. Maak je iets dat mensen niet kennen, leg het uit. Uitleg verkoopt: wie begrijpt waarom jouw deeg twee dagen rijst, bestelt het eerder.
Bewijs hoort ernaast. Zet je Google-beoordelingen op je site, met de tekst erbij en niet alleen een cijfer. Verzin ze niet en schrijf ze niet zelf. Eén keer betrapt worden kost meer dan tien echte reviews opleveren.
Zet er ook een pagina met veelgestelde vragen bij. Schrijf op wat je aan de telefoon het vaakst uitlegt: bezorg je in die wijk, hoe lang duurt het op vrijdagavond, heb je glutenvrij. Elke vraag op je site is een telefoontje minder.
Zorgen dat ze een tweede keer komen
Een gast die één keer bestelt, heb je betaald. Een gast die vijf keer bestelt, is een zaak. Het verschil zit in wat er gebeurt nadat iemand heeft afgerekend.
Het simpelste is een reden om gegevens achter te laten: korting op de volgende bestelling, of iets kleins gratis boven een minimumbedrag. Kies iets met een lage foodcost. Frietjes, een saus, een toetje uit eigen keuken: het voelt als een cadeau en kost je bijna niets.
Vraag daarbij zo min mogelijk: een e-mailadres, eventueel een voornaam, en een vinkje dat de gast zelf zet. Onder de AVG mag je alleen mailen aan wie daar ja op heeft gezegd, en in elke mail hoort een afmeldlink.
Een spaarsysteem doet hetzelfde zonder mailtje, mits je uitlegt wat het oplevert voordat iemand zich aanmeldt. Drie iconen en twee regels: wat spaar je, wat krijg je, hoe snel.
De onderdelen die niemand ziet
Een deel van wat je site oplevert, ziet je gast nooit. Het bepaalt wel of hij er ooit terechtkomt.
Snelheid
Een pagina die traag laadt op mobiel, verliest gasten voordat je foto in beeld staat. De boosdoener is bijna altijd dezelfde: foto’s die rechtstreeks uit de camera zijn geüpload. Sla ze op onder een paar honderd kilobyte.
Alt-teksten
Een alt-tekst is de korte beschrijving bij een afbeelding. Schermlezers lezen hem voor en Google gebruikt hem om te snappen wat er op de foto staat. ‘IMG_4471’ zegt niets, ‘pizza margherita uit de houtoven’ zegt alles.
Sinds juni 2025 stelt de Europese toegankelijkheidsrichtlijn bovendien eisen aan webwinkels. Kleine ondernemingen zijn er vaak van uitgezonderd, maar leesbaar contrast en bediening met een toetsenbord zijn gewoon goede webpraktijk.
Structuur
Geef elke pagina een titel die begint bij het onderwerp en niet bij je bedrijfsnaam. Zet je adres, openingstijden en kaart ook in de code van de pagina, zodat zoekmachines ze in de resultaten tonen. Een fatsoenlijke sitebouwer regelt dat; vraag ernaar voordat je tekent.
Wat dit uiteindelijk oplevert
De reden dat deze onderdelen lonen, is eenvoudig. Een bestelling via Thuisbezorgd, Uber Eats of Deliveroo kost je commissie over het hele bedrag. Dezelfde bestelling via je eigen site kost je de betaalkosten en verder niets.
Dat betekent niet dat je van de platformen af moet. Ze brengen gasten die je anders nooit had gezien. Maar elke gast die je naar je eigen site verplaatst, is meer waard dan een nieuwe gast op het platform.
Geen van die vijf kost geld en samen kosten ze je een middag. Ze verplaatsen je site van folder naar kassa, en dat is het enige verschil dat je op je jaarrekening terugziet.
Veelgestelde vragen
- Welke onderdelen op een restaurantwebsite leveren echt bestellingen op?
- Vier, in deze volgorde: een eerste scherm dat binnen vijf seconden duidelijk maakt wat je verkoopt en waar je zit, je kaart als leesbare tekst met prijzen, bestellen zonder verplicht account en met iDEAL, en een reden om terug te komen. De rest is vormgeving.
- Heb ik nog een eigen website nodig als ik al op Thuisbezorgd sta?
- Ja, het zijn twee verschillende dingen. Het platform brengt je gasten die je niet kende, tegen commissie over elke bestelling. Je eigen site is de plek waar diezelfde gast een tweede keer bestelt zonder die commissie. Zonder eigen bestelpagina blijft elke herhaalbestelling huur.
- Moet ik mijn menukaart als pdf op mijn website zetten?
- Liever niet. Een pdf moet je op een telefoon uitvergroten en schuiven, en zoekmachines lezen hem slecht. Zet je gerechten als gewone tekst op de pagina, met prijs, allergenen en een bestelknop. Bewaar de pdf hooguit als download voor wie wil printen.
- Moet elk gerecht een foto hebben?
- Nee. Je tien bestverkochte gerechten wel, en die maak je zelf: bij daglicht, van dichtbij, met het bord zoals de gast het krijgt. Een halfgevulde kaart met echte foto’s werkt beter dan een volle kaart met stockbeeld, dat iedereen herkent.
- Hoe word ik gevonden op een zoekopdracht als ‘pizza’ plus mijn stad?
- Zet die woorden waar ze thuishoren omdat ze kloppen: in je paginatitels, je koppen, je gerechtbeschrijvingen en de alt-teksten van je foto’s. Een eigen pagina per bestverkocht gerecht helpt het meest, omdat elke pagina dan één term kan winnen.